Sociaal-culturele en economische context
De industriële revolutie die aan het begin van de 19de eeuw volop op gang komt in Gent, brengt met zich mee dat massa’s arbeiders naar de Gentse fabrieken worden gezogen. De fabrieken zijn in het centrum van de stad gevestigd. Dat heeft o.m. te maken met het ruime aanbod van goedkope grote gebouwen die door Napoleon waren geconfisqueerd en met het stedelijke octrooirecht (poortgeld op in- en uitvoer) dat in die tijd geldt. In Gent zijn de fabrieken vooral textielfabrieken.
Hoewel de arbeidersmassa in de stad gedurende de hele 19de eeuw geweldig aanzwelt, vindt de stad het ter zake niet nodig om een huisvestingsbeleid te voeren. Het gevolg van dit non-beleid is dat de werkende klasse wordt weggemoffeld in kleine woonsten van ondermaatse kwaliteit, vaak opgetrokken op een binnenkoer of een achtertuin. In deze zogenoemde beluiken leven de fabrieksarbeiders als haringen in een ton en in slechte hygiënische omstandigheden. Deze slechte huisvesting draagt ertoe bij dat verschillende felle epidemiegolven de stad teisteren.







